Nabije geschiedenis in vogelvlucht
Hoewel Vietnam zich na afloop van de Tweede Wereldoorlog onafhankelijk verklaarde van Frankrijk (het maakte sinds 1887 deel uit van Frans Indochina), duurde de Franse heerschappij tot 1954. In dat jaar werden de Franse troepen verslagen door communistische troepen onder leiding van Ho Chi Minh en werd het land opgedeeld in het communistische noorden en het anti-communistische zuiden.
Jaren van strijd volgden, waarbij het kapitalistische zuiden werd gesteund door de Verenigde Staten. In 1973 trokken de VS hun troepen terug en twee jaar later verkregen de communisten de macht in het zuiden, waarmee het land weer herenigd werd. Er mocht nu dan vrede zijn, er was geen sprake van enige economische groei, als gevolg van het strenge, conservatieve regime.
In 1986 werd het Doi Moi (hervormings) beleid in gang gezet. Het land werd geleidelijk opengesteld voor het buitenland en de economie werd geliberaliseerd. De bevolking kreeg meer kansen om een eigen bedrijf te beginnen, wat grotere kansen op een beter bestaan gaf. Tegelijkertijd zorgde het beleid echter ook voor meer corruptie en criminaliteit.
De laatste 30 jaar heeft Vietnam zich moeten herstellen van de verwoestingen van de 'American War', het verlies van financiele steun uit het oude Sovietblok en een star centraal-geleide plan economie. Met haar zeer jonge bevolking, meer dan 50% van de bevolking is jonger dan 30, groeiende industrie en aanzienlijke daling van 'deep poverty' over de afgelopen jaren lijkt het land de juiste kant op te gaan.
Echter, de nieuw verworven rijkdommen zijn vooral geconcentreerd in de steden en in de, zeker moeilijk toegankelijke, rurale gebieden leeft nog steeds zo'n 15% van de bevolking onder de armoedegrens. De almaar stijgende inflatie en de, door industrie gedreven, trek naar de stad maakt hun economische en sociale positie alleen maar moeilijker.
|